Plan:
Margraten
Status:
vastgesteld
Versie:
1
Plantype:
bestemmingsplan
IMRO-idn:
NL.IMRO.09360000BPLKOM01000-
Artikel 1 begripsomschrijving.
1.1 plan: het bestemmingsplan Margraten als aangegeven op de plankaart, bestaande uit tekening nr. Mgr 09, bladen 1 (noordelijk deel) en 2 (zuidelijk deel), alsmede deze voorschriften;
1.2 aan huis gebonden beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen beroep dat door zijn omvang in een woning met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten, noch detailhandel, noch prostitutie;
1.3 agrarische bedrijfsdoeleinden: het voeren van een volwaardige productiehuishouding in economische zin waar binnen uitsluitend of overwegend door bewerking van de natuurlijke en/of aangelegde bodem en/of door het houden van vee arbeid wordt verricht ter verkrijging van plantaardige en/of dierlijke producten;
1.4 agrarische doeleinden van ondergeschikte betekenis: niet-bedrijfsmatige, agrarisch getinte activiteiten van ondergeschikte betekenis, zoals het houden van landbouwhuisdieren en/of het gebruik van kleine kassen;
1.5 ander bouwwerk: een bouwwerk geen gebouw zijnde;
1.6 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.7 bed and breakfast: een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als ondergeschikte toeristische-recreatieve activiteit aan maximaal 8 personen, met een maximumverblijfsduur van 6 weken. Onder bed and breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid;
1.8 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten;
1.9 bedrijfsvloeroppervlak (b.v.o.): het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten;
1.10 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, dienende ter huisvesting van een persoon (en diens gezin), wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk c.q. gewenst is, gelet op het feitelijke gebruik van het gebouw en/of terrein in overeenstemming met de daaraan gegeven bestemming;
1.11 begane grond: een bouwlaag geen verdieping zijnde;

1.12 bestaand(e):
  1. bebouwing:

de als zodanig op de plankaart aangegeven bebouwing, welke bestaat op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, danwel op dat tijdstip op basis van een afgegeven bouwvergunning mag worden gebouwd, tenzij in de voorschriften anders is bepaald;

  1. gebruik:

gebruik van gronden en bouwwerken, zoals dat bestaat ten tijde van het van kracht worden van dit plan;

1.13 bestemmingsgrens: een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens aanduidt van een bestemmingsvlak;

1.14 bestemmingsvlak: een op de plankaart door een bestemmingsgrens omsloten vlak, waarbinnen gronden zijn aangegeven met éénzelfde bestemming;

1.15 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats;

1.16 bouwgrens: een op de plankaart aangegeven lijn, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze voorschriften toegelaten afwijkingen, en die de grens aanduidt van een bouwvlak;
1.17 bouwlaag: een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van een onderbouw, zolder, dakopbouw of setback;
1.18 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten;
1.19 bouwvlak: een op de plankaart door bouwgrenzen omsloten vlak, respectievelijk meerdere op de plankaart door middel van een koppelteken verbonden vlakken, die tezamen één bouwvlak vormen, waarmee gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten;
1.20 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.21 bijbouwgrens: een op de plankaart aangegeven lijn, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze voorschriften toegelaten afwijkingen, en die de grens aanduidt van een bijbouwvlak;
1.22 bijbouwvlak: een op de plankaart aangeduid omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarop bijgebouwen zijn toegelaten
1.23 bijgebouw: een gebouw, dat in stedenbouwkundig en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat het functioneel gebruik van het gebouw niet relevant is;
1.24 consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten: het beroepsmatig uitoefenen van een ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het aan huis gebonden beroep, gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteiten zodanig is dat als deze in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. Dit laatste is slechts anders daar waar in deze voorschriften is bepaald, dat consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten tevens als hoofdfunctie zijn toegestaan;
1.25 cultuurhistorische waarden: de bestaande historisch gegroeide bebouwing en inrichting, het bodemarchief, de verkavelingspatronen, de infrastructuur, de waterlopen en poelen en de historische onderdelen, waaronder solitaire elementen, ruimtelijke clusters en groenzones;
1.26 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen resp. huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.27 dienstverlening met baliefunctie: het verrichten van diensten ten behoeve van het publiek, zoals een uitzendbureau, bank, wasserette, apotheek of reisbureau;

1.28 discotheek/dancing: een horecabedrijf dat als hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse, waarbij het laten beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen een wezenlijk onderdeel vormen;

1.29 doeleinden van openbaar nut: kleinschalige nutsvoorzieningen, zoals schakelkastjes, ondergrondse lokale leidingen, tele-, datacommunicatieleidingen, riolering, straatvoorzieningen, onder andere voor afvalstoffen;

1.30 (eet-)café: een horecabedrijf, waarin alcoholvrije en alcoholhoudende dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse al of niet in combinatie met het bereiden en verstrekken van maaltijden; de nadruk ligt echter op het verstrekken van drank;
1.31 fastfood-vestiging: een horecabedrijf, waar frituurwaren en kleine eetwaren, al dan niet in combinatie met alcoholvrije of alcoholhoudende dranken, worden verstrekt in wegwerpverpakkingen al dan niet voor gebruik ter plaatse, zoals een cafetaria, friture of afhaalcentrum;

1.32 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.33 geluidhinder veroorzakende inrichtingen: inrichtingen als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken en worden aangewezen in artikel 2.4. van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit Milieubeheer (Stb. 1993, 50);

1.34 grondwaterbeschermingsgebied: gebied aangewezen ter bescherming van het belang van de openbare drinkwatervoorziening, waarbinnen beperkingen gelden ten aanzien van het gebruik;

1.35 groothandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, instellingen dan wel aan personen ten aanwending in een ander bedrijf;

1.36 hoofdgebouw: een gebouw dat door zijn omvang, constructie en situering het belangrijkste gebouw op een perceel is;
1.37 horecabedrijf: een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/of van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodaties; restaurants, (eet-)cafés en fastfood-vestigingen inbegrepen. Hieronder wordt echter niet verstaan een discotheek/dancing, automatenhal/speelhal respectievelijk seksinrichtingen;

1.38 industrie(le): een bedrijf dat is gericht op het vervaardigen c.q. bewerken van goederen, producten en/of stoffen middels of grotendeels middels machines, installaties of anderszins via een geautomatiseerd proces;
1.39 kantoor: een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard;

1.40 maatschappelijke doeleinden: doeleinden ten behoeve van onderwijs, openbaar bestuur, religie, medisch-sociale, maatschappelijke en culturele functies;

1.41 monumentale bebouwing: bebouwing die is opgenomen in het Register van beschermde onroerende goederen van de Monumentenwet 1988 (Stb. 638) of in de gemeentelijke monumentenverordening;

1.42 onderbouw (souterrain): een gedeelte van een gebouw dat maximaal 1,50 m. boven peil is gelegen en dat niet als bouwlaag wordt aangemerkt;
1.43 peil: voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld aan de zijde van de hoofdtoegang van het gebouw;

1.44 recreatie-inrichting: overdekte accommodatie waar de gelegenheid bestaat tot de beoefening van sport en spel dan wel recreatie. Hieronder vallen een dansschool, fitnesscentrum, sportschool, biljartcentrum, sauna, automaten-/speelhal en hiermee vergelijkbare functies. Een seks- en/of pornobedrijf valt hier in ieder geval niet onder. Horecadoeleinden zijn alleen inbegrepen als ondergeschikte nevenactiviteiten en alleen dan als dit verband houdt met de toegestane en daadwerkelijk uitgeoefende functie;
1.45 restaurant: een horecabedrijf, waarin in dat bedrijf bereide volledige maaltijden, alsmede alcoholvrije of alcoholhoudende dranken - in principe alleen in combinatie met die maaltijden - worden verstrekt voor gebruik ter plaatse; een volwaardige bedrijfskeuken maakt deel uit van de vestiging;

1.46 ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte;

1.47 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan:
  • een prostitutiebedrijf;
  • een raamprostitutiebedrijf;
  • erotische massagesalon;
  • seksbioscoop;
  • seksautomatenhal;
  • sekstheater;
  • parenclub;
  • geheel of gedeeltelijke bedrijfsvoering in overwegend seksueel geaarde dienstverlening;

1.48 setback: een dakopbouw, die gelegen is op tenminste 2.00 m achter de doorgetrokken voorgevel van een woning met een hoogte van maximaal 3.00 m. Bij een woning met meerdere voorgevels wordt in deze alleen de voorgevel waarin de hoofdtoegang is gelegen, als zodanig aangemerkt;

1.49 standplaats: een kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeente kunnen worden aangesloten;
1.50 stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n), voor zover nader beschreven in de toelichting op dit plan;

1.51 vakantiewoning/appartement: Een (gedeelte van een) gebouw dat dient als recreatiewoonverblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. De maximale verblijfsduur van gebruikers bedraagt 6 weken. Onder recreatieverblijf wordt niet verstaan verblijf, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid;
1.52 weg: een voor het rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeergelegenheden;
1.53 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden;

1.54 woongebouw: gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin twee of meer woningen zijn gelegen die zijn te bereiken door een of meer gemeenschappelijke ruimte(n);
1.55 woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (Stb. 1991, 439);
1.56 zolder: ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.