Plan:
Margraten
Status:
vastgesteld
Versie:
1
Plantype:
bestemmingsplan
IMRO-idn:
NL.IMRO.09360000BPLKOM01000-
Artikel 10 dorpsvoorzieningen, geconcentreerd.
Lid A Doeleindenomschrijving.

De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • detailhandel;
  • dienstverlening;
  • horecabedrijf;
  • verblijfsrecreatieve voorzieningen;
  • maatschappelijke doeleinden;
  • museum;
  • kleinschalige kantoren (met een vloeroppervlak van maximaal 150 m²);
  • wonen, inclusief aan huis gebonden beroepen;
  • consumentverzorgende en kleinschalige ambach-telijke bedrijfjes;
  • verkeersvoorzieningen;
  • informatie en telecommunicatie doeleinden.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de op de plankaart aangeduide:

  • cultuurhistorische waarden,

zijn primair de desbetreffende bepalingen van deze voorschriften van toepassing.

Lid B Beschrijving in hoofdlijnen.

Ter verwezenlijking van de onder lid A. beschreven doeleinden wordt het volgende beleid gevoerd:

  1. de dorpsvoorzieningen dienen te passen binnen het verzorgingsniveau van de bovenlokale kern Margraten met een bevolkingsomvang van ± 3868 inwoners en enkele kleinere kernen in de directe omgeving.
  2. het beleid is gericht op een zo flexibel mogelijke ontwikkeling van de voorzieningenstructuur in Margraten teneinde op toekomstige ontwikkelingen in te kunnen spelen, waaronder integratie van commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Er zal derhalve geen onderscheid tussen commerciële en maatschappelijke voorzieningen worden gehanteerd.
  3. ter zake de onderlinge uitwisselbaarheid van de dorpsvoorzieningen gelden geen beperkingen. De dorpsvoorzieningen zijn vrij uitwisselbaar, met uitzondering van de horecavoorzieningen, welke alleen ter plaatse van de aanduidingen op de plankaart toelaatbaar zijn.
  4. nieuwvestiging en uitbreiding van dorpsvoorzieningen is mogelijk binnen de op de plankaart aangegeven bouwgrenzen. Het planologisch regime is daarbij afgestemd op de inpassing van distributieplanologische ontwikkelingen op het schaalniveau van Margraten. Bouwplannen ten behoeve van vestiging van nieuwe detailhandelsbedrijven en/of uitbreiding van bestaande detailhandelsvestigingen worden planologisch getoetst, indien deze groter worden dan 300 m2 bvo of (in geval van detailhandelsvestigingen die reeds groter zijn dan 300 m2 bvo) indien de uitbreiding meer dan 20% bedraagt. Overschrijding van deze grenzen is alleen toegestaan indien:
  • door verzoeker wordt aangetoond dat als gevolg van het bouwplan geen onevenredige verstoring van de lokale verzorgingsstructuur plaatsvindt of kan plaatsvinden;
  • de parkeerbalans niet onevenredig verstoord wordt.

Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor supermarkten. Hiervoor geldt dat indien ruimtelijk inpasbaar, een grotere omvang dan 1000 m² is toegestaan

  1. bij nieuwvestiging of uitbreiding van de dorpsvoorzieningen dient voldaan te worden aan de volgende parkeernormen:
  • 1.1 parkeerplaats per woning;
  • 3.5 parkeerplaats per 100 m2 bvo en 0.4 parkeerplaats per arbeidsplaats.
  1. het toevoegen van één of meer woningen aan een bouwvlak, waarbinnen op het moment van ter inzage legging van dit plan reeds één of meerdere woningen zijn gelegen (woningsplitsing), is niet toegestaan.
  2. door de realisering van nieuwe woningen geen strijdigheid ontstaat met de planning, zoals opgenomen in de 'Regionale Woonvisie Maastricht en Mergelland 2010' van de regio Maastricht en Mergelland.
Lid C Gebruik van de grond voor bebouwing.

Op de tot "dorpsvoorzieningen, geconcentreerd" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het in de aanhef toegestane gebruik;
  • één (bedrijfs)woning per bouwperceel, tenzij anders aangeduid op de plankaart;
  • meergezinswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding op de plankaart,

en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat:

  1. gebouwen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd, waarbij, voor zover aangeduid, ten hoogste het op de plankaart aangeduide aantal woningen mag worden gerealiseerd;
  2. de voorgevel in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens zal worden gebouwd;
  3. de voorgevelbreedte ten minste 5.00 m zal bedragen;
  4. in ten hoogste het op de plankaart aangeduide aantal bouwlagen of, voor zover een aanduiding op de plankaart ontbreekt, 2 bouwlagen mag worden gebouwd, ieder afzonderlijk met een hoogte van ten minste 2.60 m en ten hoogste 3.50 m;
  5. gebouwen met een kap van ten minste 30º en ten hoogste 60º zullen worden afgedekt;
  6. de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 5.00 m mag bedragen, met uitzondering van de hoogte van erfafscheidingen welke voor de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 1.00 m en achter naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 2.00 m mag bedragen.
Lid D Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 5, lid A. wordt verstaan het gebruik van de grond anders dan voor:

  1. parkeervoorzieningen;
  2. groenvoorzieningen en/of tuin;
  3. opslagdoeleinden, inherent aan het toegelaten gebruik.

Lid E Gebruik van opstallen.

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 6, lid A. wordt ten minste verstaan:

  1. het gebruik van opstallen voor:
  1. ambachtelijke en/of industriële doeleinden;
  2. groothandel;
  3. horecadoeleinden, anders dan ter plaatse van de bestaande horecavoorzieningen;
  4. verblijfsrecreatieve doeleinden, anders dan ter plaatse van de bestaande voorzieningen;
  5. opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik;
  6. discotheek/dancing.
  1. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning als zelfstandige woning.

Lid F Vrijstellingsbevoegdheid.

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in:

  1. lid B., onder 3., ten aanzien van het realiseren van horeca- en verblijfsrecreatieve voorzieningen buiten de daarvoor op de plankaart aangeduide gebieden,

mits:

  • door verzoeker wordt aangetoond dat als gevolg van het realiseren van de horeca- of verblijfsrecreatieve voorzieningen geen onevenredige verstoring van de locale verzorgingsstructuur plaatsvindt of kan plaatsvinden;
  • geen verstoring van de parkeerbalans in de omgeving plaatsvindt;
  • aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast.
  1. lid B., onder 6., voor het toevoegen van één of meerdere woningen aan een bouwvlak, waarbinnen op het moment van tervisielegging van dit plan reeds een (bedrijfs)woningen is gelegen, mits:
  • het te splitsten gebouw is gelegen binnen de door de provincie Limburg bepaalde rode contour, zoals weergegeven in bijlage 2. bij de voorschriften;
  • het te splitsen gebouw een inhoud heeft van ten minste 750 m3;
  • de cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het complex behouden blijven;
  • de totstandkoming van een goed woonklimaat in de te realiseren woningen gegarandeerd kan worden;
  • door de woningbouw geen strijdigheid ontstaat met de planning, zoals opgenomen in de 'Regionale Woonvisie Maastricht en Mergelland 2010' van de regio Maastricht en Mergelland;
  • geen verstoring van de parkeerbalans in de omgeving ontstaat.
  1. lid C., onder b.1., ten aanzien van het niet evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens bouwen van de voorgevel,

mits:

  • geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld plaatsvindt.
  1. lid C., onder 5., ten aanzien van het toepassen van een andere dakvorm, mits:
  • geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld plaatsvindt.
  1. lid E., onder a.1., voor het uitoefenen van consumentverzorgende en kleinschalige ambachtelijke bedrijfjes,

mits:

  • er geen afbreuk wordt gedaan aan het karakter van de buurt;
  • het woonmilieu niet onevenredig wordt geschaad, dit betekent dat categorie 1 en maximaal 2 (VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering”, 1999) in beginsel toelaatbaar zijn;
  • er geen extra verkeersmaatregelen of parkeervoorzieningen noodzakelijk worden;
  • er geen zelfstandige vorm van detailhandel (uitgezonderd beperkte verkoop, inherent aan de betreffende activiteit) ontstaat.

Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de vrijstellingsvoegdheid, de in artikel 26a van deze voorschriften omschreven procedure.

Lid G Wijzigingsbevoegdheid.

Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming:

  1. “woondoeleinden”, ten behoeve van de realisering van één of meerdere woningen per bouwperceel, bij voorkeur geschikt voor ouderenhuisvesting, met dien verstande, dat:
  1. de inhoud van een woning ten minste 250 m3 en ten hoogste 500 m3 mag bedragen;
  2. bij wijziging wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9, met dien verstande, dat het wijzigingsplan duidelijkheid geeft over (nieuwe) bouwvlakken en bijbouwvlakken, alsmede het aantal en de aard van de woningen,

mits:

  • de activiteiten samenhangend met de dorpsvoorziening ter plaatse zijn beëindigd;
  • de totstandkoming van een goed woonklimaat in de te realiseren woningen gegarandeerd kan worden, c.q. geen milieuhygiënische bezwaren tegen realisering van de woningen bestaan;
  • door de woningbouw geen strijdigheid ontstaat met de planning, zoals opgenomen in de 'Regionale Woonvisie Maastricht en Mergelland 2010' van de regio Maastricht en Mergelland;
  • de geluidbelasting, blijkens een geluidsniveaukaart dan wel akoestisch onderzoek, niet hoger is dan de voor wegverkeerslawaai geldende voorkeursgrenswaarden, of een hogere grenswaarde in het kader van de Wet geluidhinder is verleend. In het laatste geval moeten de verblijfsruimten van de woning in overwegende mate aan de geluidluwe zijde worden gesitueerd;
  • de bodem, blijkens bodemonderzoek vooraf, niet zodanig verontreinigd is, dat bezwaren bestaan tegen de realisering van woningen;
  • geen verstoring van de parkeerbalans in de omgeving plaatsvindt;
  • aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast.
  1. Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid, de in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht omschreven procedure.
Lid H Nadere eisen.

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het bepaalde in:

  1. lid C., ten aanzien van:
  • de situering van bouwwerken;
  • de omvang van de tweede en daarboven gelegen bouwlagen, wanneer de bouwgrens op minder dan 3.00 m uit de zijdelingse erfscheiding is gelegen of het bouwvlak dieper is dan 15.00 m,
  • en dan alleen:
  • ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de herkenbaarheid van de woning als zodanig in het geval op het bouwperceel alleen sprake is van een woning, van de verkeersveiligheid en van het uitzicht en de privacy van derden, of,
  • ter voorkoming van een onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld en de cultuurhistorische waarden, of;
  • in verband met eisen van duurzaam bouwen.