Plan:
BP Banholt
Status:
vastgesteld
Versie:
2
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn:
NL.IMRO.09360000BPLKOM03000-
Artikel 10 dorpsvoorzieningen, verspreid.

Lid A. Doeleindenomschrijving.

De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor bestaande, ter plaatse reeds gevestigde dorpsvoorzieningen, overeenkomstig de met onderstaande lijst corresponderende aanduiding op de plankaart:

  1. café-zaal;
  2. friture/snackbar
  3. restaurant;
  4. verkoop en restauratie van antiek;
  5. hotel-pension;
  6. supermarkt;
  7. kapsalon,

alsmede voor daarmee naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders qua aard, omvang en effecten op de omgeving vergelijkbare voorzieningen,

en voor wonen.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de op de plankaart aangeduide:

  • leidingzone ondergrondse leidingen,

zijn primair de desbetreffende bepalingen van deze voorschriften van toepassing.

Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.

Ter verwezenlijking van de onder lid A. beschreven doeleinden wordt het volgende beleid gevoerd:

  1. ten aanzien van nieuwe dorpsvoorzieningen wordt gestreefd naar vestiging binnen een centrale zone in de kern Banholt, teneinde een vorm van concentratie te kunnen bewerkstelligen en de bereikbaarheid vanuit de gehele kern zo optimaal mogelijk te doen zijn. Vestiging van nieuwe dorpsvoorzieningen is mogelijk door middel van wijziging van de onderliggende bestemming.
  2. de bestaande dorpsvoorzieningen worden gehandhaafd en voorzien van een uitbreidingsmogelijkheid, welke past binnen de aangrenzende woonomgeving. Voor de dorpsvoorzieningen is sprake van een onderlinge uitwisselbaarheid. De dorpsvoorzieningen zijn vrij uitwisselbaar, met uitzondering van de horecavoorzieningen, welke alleen ter plaatse van de bestaande locaties toelaatbaar zijn.

Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.

Op de tot "dorpsvoorzieningen, verspreid” aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het in de aanhef toegestane gebruik;
  • één (bedrijfs)woning per bouwperceel, tenzij anders aangeduid op de plankaart,

en de daarbij behorende bijgebouwen en andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat:

  1. gebouwen uitsluitend in het bouwvlak en bijbouwvlak mogen worden gebouwd.
  2. ten aanzien van het bouwvlak:
  1. de voorgevel in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens zal worden gebouwd;
  2. de voorgevelbreedte ten minste 5.00 m zal bedragen;
  3. in ten hoogste 2 bouwlagen zal worden gebouwd, ieder afzonderlijk met een hoogte van ten minste 2.60 m en ten hoogste 3.50 m;
  4. gebouwen met een kap van ten minste 30° en ten hoogste 60° zullen worden afgedekt.
  1. ten aanzien van het bijbouwvlak:
  1. het bijbouwvlak per bouwperceel voor ten hoogste 40 % bebouwd mag worden;
  2. het totaal oppervlak aan bijgebouwen, onverminderd het bepaalde onder 1., per bouwperceel ten hoogste 60 m² of, indien dit meer is, 50% van het oppervlak van het bouwvlak mag bedragen;
  3. bijgebouwen aangebouwd of vrijstaand op ten minste 1.00 m afstand van het bouwvlak zullen worden opgericht;
  4. in of ten minste 1.00 m uit de zijdelingse erfscheiding zal worden gebouwd;
  5. in ten hoogste 1 bouwlaag mag worden gebouwd, waarvan de goothoogte ten hoogste 3.00 m mag bedragen;
  6. de nokhoogte van bijgebouwen ten hoogste 6.00 m mag bedragen.
  1. de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 5.00 m mag bedragen, met uitzondering van de hoogte van erfafscheidingen, welke voor de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 1.00 m en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 2.00 mag bedragen.

Lid D. Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 5, lid A. wordt verstaan het gebruik van de grond anders dan voor:

  1. parkeervoorzieningen;
  2. tuin en/of groenvoorzieningen;
  3. opslagdoeleinden, inherent aan het toegelaten gebruik.

Lid E. Gebruik van opstallen.

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 6, lid A. wordt ten minste verstaan:

  1. het gebruik van opstallen voor:
  1. ambachtelijke en/of industriële doeleinden;
  2. groothandel;
  3. horecadoeleinden, anders dan ter plaatse van de bestaande horecavoorzieningen;
  4. verblijfsrecreatieve doeleinden, anders dan ter plaatse van het bestaande hotel-pension;
  5. opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.
  1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning als zelfstandige woning.

Lid F. Vrijstellingsbevoegdheid.

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in:

  1. lid C., onder b.4., ten aanzien van het toepassen van een andere dakvorm, met dien verstande, dat:
  1. het gebouw plat afgedekt mag worden,

mits:

  • geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld plaatsvindt.
  1. lid E., onder a.1., voor het uitoefenen van consumentverzorgende en kleinschalige ambachtelijke bedrijfjes,

mits:

  • er geen afbreuk wordt gedaan aan het karakter van de buurt;
  • het woonmilieu niet onevenredig wordt geschaad, dit betekent dat categorie 1 en maximaal 2 (VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering”) in beginsel toelaatbaar zijn;
  • er geen extra verkeersmaatregelen of parkeervoorzieningen noodzakelijk worden;
  • er geen zelfstandige vorm van detailhandel (uitgezonderd beperkte verkoop, inherent aan de betreffende activiteit) ontstaat.
  1. lid E., onder 4. voor het exploiteren van een bed and breakfast,

mits:

  • het pand is aangeduid als rijks- of gemeentelijke monument, dan wel een minimale inhoud heeft van 750 m3 met inachtneming van een afwijking van 15%;
  • de functie als dorpsvoorziening als hoofdfunctie gehandhaafd blijft, c.q. de dorpsvoorziening als zodanig blijft functioneren;
  • de bed and breakfast binnen de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd;
  • de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het complex behouden blijven;
  • de bed and breakfast door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning. Een aparte kookgelegenheid bij de bed and breakfast is niet toegestaan;
  • de parkeerbalans in de directe omgeving niet nadelig wordt beïnvloed;
  • er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan,

met dien verstande, dat:

  1. de dorpsvoorziening als zodanig herkenbaar blijft;
  2. ten hoogste 8 slaapplaatsen per bed and breakfast mogen worden gerealiseerd.
  1. lid E., onder 4. ten behoeve van het toestaan van verblijfsrecreatie in de vorm van vakantieappartementen, mits:
  • het pand is aangeduid als rijks- of gemeentelijke monument, dan wel een minimale inhoud heeft van 750 m3 met inachtneming van een afwijking van 15%;
  • de functie als dorpsvoorziening als hoofdfunctie gehandhaafd blijft, c.q. de dorpsvoorziening als zodanig blijft functioneren;
  • de vakantieappartementen binnen de bestaande bebouwing kunnen worden gerealiseerd. Alleen wanneer de noodzaak daartoe is aangetoond, ter verkrijging van kwalitatief hoogwaardige appartementen dan wel ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit of inpassing in de omgeving van het complex, is uitbreiding of vervanging van bestaande bebouwing binnen het bouwvlak toegestaan;
  • de totstandkoming van een goed verblijfsklimaat in de te realiseren vakantieappartementen gegarandeerd kan worden;
  • de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het complex behouden blijven;
  • de parkeerbalans in de directe omgeving niet nadelig wordt beïnvloed;
  • er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan,

met dien verstande, dat

  1. de dorpsvoorziening als zodanig herkenbaar blijft;
  2. het vloeroppervlak van een vakantieappartement, inclusief daartoe behorende bijgebouwen, ten minste 50 m² zal en ten hoogste 100 m² mag bedragen.

Lid G. Wijzigingsbevoegdheid.

Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming "woondoeleinden", ten behoeve van de realisering van één of meerdere woningen, bij voorkeur voor ouderenhuisvesting, met dien verstande, dat:

  1. de inhoud van een woning ten minste 250 m3 en ten hoogste 500 m3 mag bedragen;
  2. bij wijziging wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9, met dien verstande, dat het wijzigingsplan duidelijkheid geeft over (nieuwe) bouwvlakken en bijbouwvlakken, alsmede het aantal en de aard van de woningen,

mits:

  • de activiteiten samenhangend met de dorpsvoorziening ter plaatse zijn beëindigd;
  • de totstandkoming van een goed woonklimaat in de te realiseren woningen gegarandeerd kan worden, c.q. geen milieuhygiënische bezwaren tegen realisering van de woningen bestaan;
  • door de woningbouw geen strijdigheid ontstaat met de planning, zoals opgenomen in de 'Regionale Woonvisie Maastricht en Mergelland 2010' van de regio Maastricht en Mergelland;
  • de bodemkwaliteit en luchtkwaliteit, blijkens onderzoek vooraf, zodanig zijn, dat geen bezwaren bestaan tegen de realisering van woningen;
  • geen verstoring van de parkeerbalans in de omgeving plaatsvindt;
  • aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast.

Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid, de in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht omschreven procedure.