Plan:
BP Banholt
Status:
vastgesteld
Versie:
2
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn:
NL.IMRO.09360000BPLKOM03000-
Artikel 16 recreatieve doeleinden.

Lid A. Doeleindenomschrijving.

De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor recreatieve doeleinden op dagrecreatief en sportgebied en de daarbij behorende voorzieningen.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de op de plankaart aangeduide:

  • beschermingszone watergang;
  • leidingzone ondergrondse leiding,

zijn primair de desbetreffende bepalingen van deze voorschriften van toepassing.

Lid B. Gebruik van de grond voor bebouwing.

Op de tot "recreatieve doeleinden" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het in de aanhef toegestane gebruik;
  • één bedrijfswoning per bouwperceel, tenzij anders aangeduid op de plankaart;
  • één logement ten behoeve van recreatief verblijf van ten hoogste 10 personen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding op de plankaart,

en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat:

  1. gebouwen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd;
  2. gebouwen, geen woning zijnde, in ten hoogste 1 bouwlaag mogen worden gebouwd, met een hoogte van ten minste 2.60 m en ten hoogste 5.60 m;
  3. een woning in ten hoogste 2 bouwlagen mag worden gebouwd, ieder afzonderlijk met een hoogte van ten minste 2.60 m en ten hoogste 3.50 m;
  4. gebouwen plat of met een kap van ten minste 30° en ten hoogste 60° zullen worden afgedekt;
  5. de hoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van die welke onder 6. zijn bedoeld, ten hoogste 5.00 m mag bedragen;
  6. de hoogte van voorzieningen voor verlichting ten hoogste 10.00 m mag bedragen.

Lid C. Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 5, lid A. wordt verstaan het gebruik van de grond anders dan voor:

  1. recreatieve voorzieningen, waaronder begrepen sportvoorzieningen en waaronder niet begrepen verblijfsrecreatieve voorzieningen;
  2. groenvoorzieningen;
  3. parkeervoorzieningen;
  4. opslagdoeleinden, ten behoeve van normaal bij de bestemming van de grond behorend gebruik.

Lid D. Gebruik van opstallen.

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 6, lid A. wordt ten minste verstaan het gebruik van opstallen voor:

  1. ambachtelijke en/of industriële doeleinden;
  2. detail- en/of groothandel;
  3. horecadoeleinden, anders dan inherent en van ondergeschikte betekenis aan het toegelaten gebruik;
  4. verblijfsrecreatieve doeleinden, anders dan in de vorm van het toegestane logement;
  5. opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.

Lid E. Vrijstellingsbevoegdheid.

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid B., onder 5. ten behoeve van het oprichten van masten voor telecommunicatie, met dien verstande, dat:

  1. de hoogte ten hoogste 30.00 m mag bedragen,

mits:

  • de mast wordt opgericht nabij de lichtmasten op het terrein;
  • landschappelijke en natuurlijke waarden niet onevenredig worden aangetast;
  • de bodem, blijkens bodemonderzoek vooraf, niet zodanig verontreinigd is, dat deze niet geschikt is voor de realisering van de mast.