Plan:
BP Banholt
Status:
vastgesteld
Versie:
2
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn:
NL.IMRO.09360000BPLKOM03000-
Artikel 21 watergang.

Lid A. Doeleindenomschrijving.

De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • het ontvangen, bergen en/of afvoeren van water, alsmede voor het ontvangen, tijdelijk bergen en daarna geleidelijk lozen dan wel verzinken van water;

en ter plaatse van de op de plankaart aangeduide "beschermingszone watergang" voor:

  • bescherming, beheer en onderhoud van de watergang,

met daaraan ondergeschikt:

  • de andere aan de gronden gegeven bestemmingen.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de op de plankaart aangegeven:

  • leidingzone ondergrondse leidingen,

zijn primair de desbetreffende bepalingen van deze voorschriften van toepassing.

Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.

Ter verwezenlijking van de onder lid A. beschreven doeleinden wordt het volgende beleid gevoerd:

  1. ter zake het ontvangen, bergen en/of afvoeren, lozen dan wel verzinken van het water wordt gestreefd naar een functionele en zo natuurlijk mogelijke wijze van waterbeheer en waterhuishouding. De bestaande primaire wateren in beheer bij het waterschap, waaronder ook wegwaterlossingen en regenwaterbuffers, worden daartoe gehandhaafd.
  2. ter zake bescherming, beheer en onderhoud is op de primaire wateren in beheer bij het waterschap, alsmede op de daarbij behorende beschermingszones, de Keur van het waterschap van toepassing.

Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.

Boven of op de tot "watergang" en “beschermingszone watergang” aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • bouwwerken van geringe omvang, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de watergang,

met dien verstande, dat:

  1. de hoogte ten hoogste 2.60 m mag bedragen.

Lid D. Vrijstellingsbevoegdheid.

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in:

Lid C., ten behoeve van het oprichten van andere bebouwing binnen de “beschermingszone watergang”,

mits:

  • het belang van de watergang, gehoord het waterschap, niet onevenredig wordt aangetast;
  • bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.