Plan:
BP Banholt
Status:
vastgesteld
Versie:
2
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn:
NL.IMRO.09360000BPLKOM03000-
Artikel 23 cultuurhistorische waarden.

Lid A. Doeleindenomschrijving.

De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorisch waardevolle elementen (monumenten) en patronen (beplantingspatronen).

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse bestemmingen zijn de desbetreffende bepalingen, voor zover niet strijdig met de “cultuurhistorische waarden”, van toepassing.

Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.

Ter verwezenlijking van de onder lid A. beschreven doeleinden wordt het volgende beleid gevoerd:

  1. gestreefd wordt naar behoud, herstel en versterking van de cultuurhistorische waarden door het tegengaan van verdere versnippering van historische patronen, het zo mogelijk verwijderen van incidentele objecten zonder enig verband met de oorspronkelijke situatie en het voorkomen van het toevoegen van nieuwe elementen, anders dan bedoeld ter reconstructie van de oorspronkelijke situatie.
  2. binnen de bestemming “cultuurhistorische waarden” heeft, ten aanzien van de onderliggende bestemmingen, het te voeren beleid mede betrekking op behoud, herstel, aanpassing, verbouwing, en reconstructie van de ter plaatse aanwezige bebouwing. Ter zake wordt advies ingewonnen bij Monumentenzorg;
  3. op de binnen de bestemming gelegen beschermde rijksmonumenten, aangewezen ingevolge artikel 3 van de Monumentenwet, is tevens het dienaangaande bepaalde uit de Monumentenwet van toepassing. Op de gemeentelijke monumenten, aangewezen ingevolge de Monumentenverordening van de gemeente Margraten, is de gemeentelijke Monumentenverordening van toepassing.
  4. voorop staat de instandhouding van de afzonderlijke monumentale gebouwen en bouwwerken voor wat betreft kapvorm, hoogtematen en gevel- en raamindeling, zoals deze zijn vastgelegd in de aanwijzing tot rijks- of gemeentelijke monument;
  5. binnen de bestemming “cultuurhistorische waarden” heeft, ten aanzien van de onderliggende bestemmingen, het te voeren beleid mede betrekking op instandhouding van waardevolle beplantingspatronen in de vorm van hoogstamboomgaarden, bestaande uit de daarin staande hoogstamfruitbomen en de daar omheen gelegen hagen en heggen.

Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.

Op de tot "cultuurhistorische waarden" aangewezen gronden, met daarop beschermde rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten, zoals aangeduid op de plankaart, mag slechts worden gebouwd indien en voor zover zulks nodig is voor het behoud en/of herstel van de bestaande bebouwing, met dien verstande, dat:

  1. bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming;
  2. geen wezenlijke veranderingen worden aangebracht in het stedenbouwkundige beeld, bepaald door kapvorm, hoogtematen, gevel- en raamindeling, zulks met inbegrip van waardevolle details als erkers, dakkapellen, kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en soortgelijke bouwdelen, zoals vastgelegd in het besluit tot aanwijzing van de rijks- en gemeentelijke monumenten.

Lid D. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een aanlegvergunning is vereist.

  1. het is verboden op of in de tot "cultuurhistorische waarden" aangewezen gronden, voor zover niet bebouwd, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning), de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
  1. het opslaan, deponeren, lozen of storten van al dan niet afgedankte of aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, alsmede het aanleggen of inrichten van opslag-, stort- of bergplaatsen;
  2. het rooien van bomen en opgaande beplanting zoals hagen en heggen, anders dan voor de effectuering van een bouwvergunning;
  3. het aanleggen of verharden van wegen, parkeergelegenheden, pleinen, straten, paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, anders dan de normale verhardingswerkzaamheden bij woningen zoals garage-inritten, terrasverhardingen en tuinpaden;
  4. het dempen en/of verleggen van watergangen;
  5. het ontginnen, verlagen of afgraven, het ophogen of egaliseren van de bodem met meer dan 0,30 m ten opzichte van de bestaande toestand, alsmede het diepploegen.
  1. het in dit lid, onder a. bepaalde is niet van toepassing voor:
  1. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
  2. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  3. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik;
  4. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning vrijstelling of anderszins mogen worden uitgevoerd.
  1. een aanlegvergunning wordt slechts verleend, indien door de bedoelde werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in dit artikel, leden A. en B., genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind.