Plan:
Eckelrade
Status:
vastgesteld
Versie:
1
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn:
NL.IMRO.09360000BPLKOM05000-
Voorschriften
Inhoudsopgave
  1. Hoofdstuk 1 Inleidende voorschriften
    1. Artikel 1 Begripsomschrijving
      1. 1.1 plan:
      2. 1.2 aan huis gebonden beroep:
      3. 1.3 agrarische bedrijfsdoeleinden:
      4. 1.4 agrarische doeleinden van ondergeschikte betekenis:
      5. 1.5 ander bouwwerk:
      6. 1.6 bebouwing:
      7. 1.7 bedrijfsgebouw:
      8. 1.8 bed and breakfast:
      9. 1.9 bedrijfsvloeroppervlak (b.v.o.):
      10. 1.10 bedrijfswoning:
      11. 1.11 begane grond:
      12. 1.12 bestaand(e):
      13. 1.13 bestemmingsgrens:
      14. 1.14 bestemmingsvlak:
      15. 1.15 bodembeschermingsgebied:
      16. 1.16 boogkas:
      17. 1.17 bouwen:
      18. 1.18 bouwgrens:
      19. 1.19 bouwlaag:
      20. 1.20 bouwperceel:
      21. 1.21 bouwvlak:
      22. 1.22 bouwwerk:
      23. 1.23 bijbouwgrens:
      24. 1.24 bijbouwvlak:
      25. 1.25 bijgebouw:
      26. 1.26 centrumvoorzieningen:
      27. 1.27 consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten:
      28. 1.28 cultuurhistorische waarde:
      29. 1.29 detailhandel:
      30. 1.30 dienstverlening met baliefunctie:
      31. 1.31 discotheek/dancing:
      32. 1.32 doeleinden van openbaar nut:
      33. 1.33 (eet-)café:
      34. 1.34 fastfood-vestiging:
      35. 1.35 gebouw:
      36. 1.36 geluidhinder veroorzakende inrichtingen:
      37. 1.37 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering:
      38. 1.38 grondwaterbeschermingsgebied:
      39. 1.39 groothandel:
      40. 1.40 hoofdgebouw:
      41. 1.41 horecabedrijf:
      42. 1.42 kantoor:
      43. 1.43 klein landschapselement:
      44. 1.44 maatschappelijke doeleinden:
      45. 1.45 monumentale bebouwing:
      46. 1.46 onderbouw (souterrain):
      47. 1.47 onderkomens:
      48. 1.48 peil:
      49. 1.49 recreatie-inrichting:
      50. 1.50 restaurant:
      51. 1.51 ruimtelijke kwaliteit:
      52. 1.52 seksinrichting:
      53. 1.53 setback:
      54. 1.54 standplaats:
      55. 1.55 stedenbouwkundig beeld:
      56. 1.56 tunnel:
      57. 1.57 vakantiewoning/-appartement:
      58. 1.58 vloeroppervlak:
      59. 1.59 weg:
      60. 1.60 woning:
      61. 1.61 woongebouw:
      62. 1.62 woonwagen:
      63. 1.63 zolder:
    2. Artikel 2 (wettelijke) Regelingen
    3. Artikel 3 Wijze van meten
      1. Lid A. Bij de toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten:
      2. Lid B. De in deze voorschriften gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op gevel- en kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, gevelversieringen, vliesgevels, kozijnen, dorpels, dakgoten en overstekende daken, ventilatiekanalen, schoorstenen en soortgelijke ondergeschikte bouwdelen, mits de naar de weg gekeerde bouwgrens met niet meer dan 1.50 m wordt overschreden.
  2. Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen in verband met de bestemmingen
    1. Artikel 4 Algemene voorschriften omtrent bebouwing
      1. Lid A. Het is verboden op de in het plan begrepen gronden een bouwwerk of een complex van bouwwerken te bouwen, indien daardoor een ander bouwwerk of een complex van bouwwerken, hetzij niet langer zal blijven voldoen aan, hetzij in een grotere mate zal gaan afwijken van het plan.
      2. Lid B. Het is verboden op de in het plan begrepen gronden enig bouwwerk te bouwen, waarbij de op de kaart gegeven bouwgrens wordt overschreden, behoudens overschrijdingen, die volgens deze voorschriften zijn toegestaan.
    2. Artikel 5 Algemene voorschriften omtrent het gebruik van de grond anders dan voor bebouwing
      1. Lid A. Het is verboden de in het plan begrepen gronden te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming, zoals aangegeven in de onderscheiden doeleindenomschrijvingen.
      2. Lid B. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in dit artikel, lid A., indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
      3. Lid C. Onder verboden gebruik als bedoeld in lid A. wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de grond als seksinrichting of soortgelijk bedrijf. Het bestemmingsplan “Prostitutiebeleid gemeente Margraten”, dat op 29 augustus 2000 is vastgesteld en op 12 december 2000 is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Limburg, is op dit plan van toepassing. Het bestemmingsplan “Prostitutiebeleid gemeente Margraten” is als bijlage bij dit plan gevoegd.
    3. Artikel 6 Algemene voorschriften omtrent het gebruik van de opstallen
      1. Lid A. Het is verboden de in het plan begrepen opstallen te gebruiken, te doen of te laten gebruiken, op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming zoals aangegeven in de onderscheiden doeleindenomschrijvingen.
      2. Lid B. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in dit artikel, lid A., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
      3. Lid C. Onder verboden gebruik als bedoeld in lid A. wordt in ieder geval verstaan het gebruik van opstallen als seksinrichting of soortgelijk bedrijf. Het bestemmingsplan “Prostitutiebeleid gemeente Margraten”, dat op 29 augustus 2000 is vastgesteld en op 12 december 2000 is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Limburg, is op dit plan van toepassing. Het bestemmingsplan “Prostitutiebeleid gemeente Margraten” is als bijlage bij dit plan gevoegd.
    4. Artikel 7 Algemene beschrijving in hoofdlijnen
  3. Hoofdstuk 3 Voorschriften in verband met de afzonderlijke bestemmingen
    1. Artikel 8 Agrarisch-Bedrijf
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.
      3. Lid C. Het gebruik van de grond voor bebouwing.
      4. Lid D. Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.
      5. Lid E. Gebruik van opstallen.
      6. Lid F. Vrijstellingsbevoegdheid.
      7. Lid G. Wijzigingsbevoegdheid.
      8. Lid H. Nadere eisen.
    2. Artikel 9 Agrarisch - Landschappelijke en/of natuurlijke waarden
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.
      3. Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.
      4. Lid D. Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.
      5. Lid E. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een aanlegvergunning vereist is.
      6. Lid F. Vrijstellingsbevoegdheid.
      7. Lid G. Wijzigingsbevoegdheid.
    3. Artikel 10 Bedrijf
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.
      3. Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.
      4. Lid D. Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.
      5. Lid E. Gebruik van opstallen.
      6. Lid F. Wijzigingsbevoegdheid.
    4. Artikel 11 Bedrijf-Nutsvoorzieningen
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Gebruik van de grond voor bebouwing.
      3. Lid C. Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.
    5. Artikel 12 Groen
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Gebruik van de grond voor bebouwing.
      3. Lid C. Vrijstellingsbevoegdheid.
    6. Artikel 13 Maatschappelijk
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.
      3. Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.
      4. Lid D. Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.
      5. Lid E. Gebruik van opstallen.
      6. Lid F. Vrijstellingsbevoegdheid.
    7. Artikel 14 Verkeer
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.
      3. Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.
      4. Lid D. Vrijstellingsbevoegdheid.
      5. Lid E. Nadere eisen.
    8. Artikel 15 Wonen
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.
      3. Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.
      4. Lid D. Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.
      5. Lid E. Gebruik van opstallen.
      6. Lid F. Vrijstellingsbevoegdheid.
      7. Lid G. Wijzigingsbevoegdheid.
      8. Lid H. Nadere eisen.
  4. Hoofdstuk 4 Voorschriften in verband met de dubbelbestemmingen
    1. Artikel 16 Beschermingszone watergang
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.
      3. Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.
      4. Lid D. Vrijstellingsbevoegdheid.
    2. Artikel 17 Cultuurhistorische waarden
      1. Lid A. Doeleindenomschrijving.
      2. Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.
      3. Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.
      4. Lid D. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een aanlegvergunning is vereist.
  5. Hoofdstuk 5 Overige bepalingen
    1. Artikel 18 Algemene vrijstellingsbevoegdheid
      1. Lid A. Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het in dit plan bepaalde ten aanzien van:
      2. Lid B. Indien door de bouw of plaatsing of de aanwezigheid van bouwwerken onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de in de bestemming “agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarden” aanwezige waarden, dan wel de aanwezige cultuurhistorische waarden, wordt geen vrijstelling verleend.
      3. Lid C. Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de vrijstellingsbevoegdheid, de in 'Paragraaf IV overige bepalingen' omschreven procedure.
    2. Artikel 19 Algemene wijzigingsbevoegdheid
      1. Lid A. Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming van het plan wijzigen ten behoeve van het verschuiven van de bestemmingsgrenzen, voorzover de afwijking van geringe aard is en ten aanzien van andere ondergeschikte punten, wanneer dit met het oog op de praktische uitvoering gerechtvaardigd is, respectievelijk indien de aanpassing aan de terreingesteldheid dit noodzakelijk maakt en daardoor geen belangen van derden onevenredig worden geschaad.
      2. Lid B. Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de adviescommissie Ruimte voor Ruimte, de bestemming 'agrarisch-bedrijf' dan wel 'bedrijf' wijzigen in de bestemming 'wonen' en/of 'agrarisch-landschappelijke en/of natuurlijke waarden', ten behoeve van de bouw van één dan wel meerdere compensatiewoningen in het kader van de POL-aanvulling Ruimte voor Ruimte Zuid-Limburg, Partiële herziening 2004 (PS 15 juli 2004), met dien verstande dat:
      3. Lid C. Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid, de in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht omschreven procedure.
    3. Artikel 20 Procedure vrijstelling en aanlegvergunning
  6. Hoofdstuk 6 Overgangs-, straf- en slotbepalingen
    1. Artikel 21 Overgangsbepalingen met betrekking tot bebouwing
      1. Lid A. Bouwwerken die in strijd zijn met het bestemmingsplan, maar:
      2. Lid B. oor het geheel vernieuwen, geheel veranderen of in beperkte mate uitbreiden van de in lid A. bedoelde bouwwerken kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van de bepalingen van dit plan, met dien verstande dat:
      3. Lid C. Met geheel vernieuwen of geheel veranderen wordt gelijkgesteld het systematisch gedeeltelijk vernieuwen of gedeeltelijk veranderen met het kennelijk doel om zodoende uiteindelijk tot een gehele vernieuwing of gehele verandering te komen.
      4. Lid D. In geval van verwoesting door calamiteit mogen de in lid A. van dit artikel bedoelde bouwwerken worden herbouwd - behoudens onteigening overeenkomstig de wet - mits:
      5. Lid E. het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die illegaal tot stand zijn gekomen onder de werking van het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, en waarvoor nimmer een bouwvergunning is afgegeven.
    2. Artikel 22 Overgangsbepalingen met betrekking tot het gebruik van gronden en opstallen
      1. Lid A. Indien ten tijde van het van kracht worden van het plan gronden en opstallen worden gebruikt in afwijking van het plan, mag dat gebruik worden voortgezet.
      2. Lid B. Wijziging van het met het plan bestaande strijdige gebruik van gronden en bouwwerken, waaronder is begrepen de intensivering van het gebruik, is toegestaan, indien door die wijziging van het gebruik de afwijking van het plan naar de aard wordt verkleind.
      3. Lid C. Het overgangsrecht is niet van toepassing op het gebruik dat tevens in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan en waartegen wordt of kan worden opgetreden.
      4. Lid D. Het gebruik, dat tevens in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, maar waartegen niet meer kan worden opgetreden, mag alleen worden voortgezet door degene die gebruiker was van grond en bouwwerken tijdens de inwerkingtreding van het plan.
      5. Lid E. Het bestaand, van de bestemming afwijkend gebruik mag niet worden voortgezet als dit kan leiden tot significant nadelige effecten of tot wezenlijk vervuilende, verslechterende of verstorende invloeden voor de instandhoudingsdoelstelling van dit gebied op het terrein van het natuurbeschermingsrecht en de waterhuishouding. Het bestaand gebruik mag evenmin worden voortgezet indien ter plaatse aanwezige archeologische waarden onevenredig worden aangetast c.q. in gevaar worden gebracht.
    3. Artikel 23 Strafbepaling
    4. Artikel 24 Slotbepaling
  7. Bijlage voorschriften