Plan:
Eckelrade
Status:
vastgesteld
Versie:
1
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn:
NL.IMRO.09360000BPLKOM05000-
Hoofdstuk 6 Overgangs-, straf- en slotbepalingen
Inhoudsopgave
  1. Artikel 21 Overgangsbepalingen met betrekking tot bebouwing
    1. Lid A. Bouwwerken die in strijd zijn met het bestemmingsplan, maar:
    2. Lid B. oor het geheel vernieuwen, geheel veranderen of in beperkte mate uitbreiden van de in lid A. bedoelde bouwwerken kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van de bepalingen van dit plan, met dien verstande dat:
    3. Lid C. Met geheel vernieuwen of geheel veranderen wordt gelijkgesteld het systematisch gedeeltelijk vernieuwen of gedeeltelijk veranderen met het kennelijk doel om zodoende uiteindelijk tot een gehele vernieuwing of gehele verandering te komen.
    4. Lid D. In geval van verwoesting door calamiteit mogen de in lid A. van dit artikel bedoelde bouwwerken worden herbouwd - behoudens onteigening overeenkomstig de wet - mits:
    5. Lid E. het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die illegaal tot stand zijn gekomen onder de werking van het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, en waarvoor nimmer een bouwvergunning is afgegeven.
  2. Artikel 22 Overgangsbepalingen met betrekking tot het gebruik van gronden en opstallen
    1. Lid A. Indien ten tijde van het van kracht worden van het plan gronden en opstallen worden gebruikt in afwijking van het plan, mag dat gebruik worden voortgezet.
    2. Lid B. Wijziging van het met het plan bestaande strijdige gebruik van gronden en bouwwerken, waaronder is begrepen de intensivering van het gebruik, is toegestaan, indien door die wijziging van het gebruik de afwijking van het plan naar de aard wordt verkleind.
    3. Lid C. Het overgangsrecht is niet van toepassing op het gebruik dat tevens in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan en waartegen wordt of kan worden opgetreden.
    4. Lid D. Het gebruik, dat tevens in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, maar waartegen niet meer kan worden opgetreden, mag alleen worden voortgezet door degene die gebruiker was van grond en bouwwerken tijdens de inwerkingtreding van het plan.
    5. Lid E. Het bestaand, van de bestemming afwijkend gebruik mag niet worden voortgezet als dit kan leiden tot significant nadelige effecten of tot wezenlijk vervuilende, verslechterende of verstorende invloeden voor de instandhoudingsdoelstelling van dit gebied op het terrein van het natuurbeschermingsrecht en de waterhuishouding. Het bestaand gebruik mag evenmin worden voortgezet indien ter plaatse aanwezige archeologische waarden onevenredig worden aangetast c.q. in gevaar worden gebracht.
  3. Artikel 23 Strafbepaling
  4. Artikel 24 Slotbepaling