Plan:
BP St. Geertruid
Status:
vastgesteld
Versie:
1
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn:
NL.IMRO.09360000BPLKOM09000-
Artikel 11 dorpsvoorzieningen, geconcentreerd.

Lid A.† ††††† Doeleindenomschrijving:

de op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • †† detailhandel;
  • †† dienstverlening;
  • † horeca;
  • †† verblijfsrecreatieve voorzieningen;
  • †† museum;
  • †† kleinschalige kantoren (met een vloeroppervlak van maximaal 150 m≤);
  • †† wonen, inclusief aan huis gebonden beroepen;
  • †† consumentverzorgende en kleinschalige ambachtelijke bedrijfjes;
  • †† verkeersvoorzieningen;
  • †† informatie en telecommunicatie doeleinden.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de/het op de plankaart aangeduide:

  • †† beschermd dorpsgezicht;
  • †† leidingzone ondergrondse leidingen;
  • †† cultuurhistorische waarden,

zijn primair de desbetreffende bepalingen van deze voorschriften van toepassing.

Lid B.† ††††† Beschrijving in hoofdlijnen:

1. ter verwezenlijking van de onder lid A. beschreven doeleinden wordt het volgende beleid gevoerd:

1.1.† †de dorpsvoorzieningen dienen te passen binnen het verzorgingsniveau van de lokale kern Sint Geertruid met een bevolkingsomvang van Ī 1.500 inwoners en enkele kleinere kernen in de directe omgeving.

1.2.† †het beleid is gericht op een zo flexibel mogelijke ontwikkeling van de voorzieningenstructuur in Sint Geertruid teneinde op toekomstige ontwikkelingen in te kunnen spelen, waaronder integratie van commerciŽle en maatschappelijke voorzieningen. Er zal derhalve geen onderscheid tussen commerciŽle en maatschappelijke voorzieningen worden gehanteerd.

1.3. ††ter zake de onderlinge uitwisselbaarheid van dorpsvoorzieningen gelden slechtsgeringe beperkingen. De dorpsvoorzieningen zijn vrij uitwisselbaar, met uitzondering van de horeca- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, welke alleen ter plaatse van de aanduidingen op de plankaart toelaatbaar zijn.

1.4. ††nieuwvestiging en uitbreiding van dorpsvoorzieningen is mogelijk binnen de opde plankaart aangegeven bouwgrenzen. Het planologisch regime is daarbijafgestemd op de inpassing van distributieplanologische ontwikkelingen op het schaalniveau van Sint Geertruid. Bouwplannen ten behoeve van vestiging vannieuwe detailhandelsbedrijven en/of uitbreiding van bestaande detailhandelsvestigingen worden planologisch getoetst, indien deze groter worden dan 200 m≤ bvo of (in geval van detailhandelsvestigingen die reeds groter zijn dan 200 m≤ bvo) indien de uitbreiding meer dan 20% bedraagt. Overschrijding van deze grenzen is alleen toegestaan indien:

  • door verzoeker wordt aangetoond dat als gevolg van het bouwplan geen onevenredige verstoring van de lokale verzorgingsstructuur plaatsvindt of kan plaatsvinden;
  • de parkeerbalans niet onevenredig verstoord wordt.

Lid C.† ††††† Gebruik van de grond voor bebouwing:

1. op de tot "dorpsvoorzieningen, geconcentreerd" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  1. gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het in de aanhef toegestanegebruik;
  2. ťťn (bedrijfs)woning per bouwperceel, tenzij anders aangeduid op de plan kaart, en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat:

1.1.† †††† gebouwen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd;

1.2.† †††† de voorgevel in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens zal worden gebouwd;

1.3.† †††† de voorgevelbreedte ten minste 5.00 m zal bedragen;

1.4.† †††† in ten hoogste 2 bouwlagen mag worden gebouwd, iedere afzonderlijk met een hoogte van ten minste 2.40 m en ten hoogste 3.50 m;

1.5.† †††† gebouwen met een kap van ten minste 30† en ten hoogste 60† zullen worden afgedekt;

1.6.† †††† de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 5.00 m mag bedragen, met uitzondering van de hoogte van erfafscheidingen welke ten hoogste 2.00 mag bedragen.

Lid D.† ††††† Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing:

1. onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 5, lid A. wordt verstaan het gebruik† van de grond anders dan voor:

1.1.††† parkeervoorzieningen;

1.2.††† groenvoorzieningen en/of tuin;

1.3.††† opslagdoeleinden, inherent aan het toegelaten gebruik.

Lid E.† ††††† Gebruik van opstallen:

1.† onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 6, lid A. wordt ten minste verstaan het gebruik van opstallen voor:

1.1.† † ambachtelijke en/of industriŽle doeleinden;

1.2.† † groothandel;

1.3.† † opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.

Lid F.† ††††† Vrijstellingsbevoegdheid:

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in:

1. lid C., onder 1.5., ten aanzien van het toepassen van een andere dakvorm, met dien verstande, dat:

1.1.† † het gebouw plat afgedekt mag worden, mits:

  • geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld plaatsvindt.

2. lid B., onder 1.3., ten aanzien van het realiseren van horeca- en verblijfsrecreatieve voorzieningen buiten de daarvoor op de plankaart aangeduide gebieden, mits:

  • door verzoeker wordt aangetoond dat als gevolg van het realiseren van de horeca- of verblijfsrecreatieve voorziening geen onevenredige verstoring van de lokale verzorgingsstructuur plaatsvindt of kan plaatsvinden;
  • geen verstoring van de parkeerbalans in de omgeving plaatsvindt;
  • aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast.

Lid G.† ††††† Wijzigingsbevoegdheid.

Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming:

1. "woondoeleinden", ten behoeve van de realisering van meerdere woningen per bouwperceel, bij voorkeur geschikt voor ouderenhuisvesting, met dien verstande, dat:

1.1. †† de inhoud van een woning ten minste 250 m3 en ten hoogste 500 m3 mag bedragen;

1.2.† † bij wijziging wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 10, mits:

  • †het betreft bebouwing gelegen binnen de bestemming "beschermd dorpsgezicht" of "cultuurhistorische waarden";
  • de activiteiten samenhangend met de dorpsvoorziening ter plaatse zijn beŽindigd;
  • de noodzaak daartoe, ten behoeve van het instandhouden van monumentale, grootschalige bebouwing is aangetoond;
  • de totstandkoming van een goed woonklimaat in de te realiseren woningen gegarandeerd kan worden, c.q. geen milieuhygiŽnische bezwaren tegen realisering van de woningen bestaan;
  • de woningbouw past binnen de provinciale richtcijfers qua aantal en fasering;
  • de geluidbelasting, blijkens een geluidsniveaukaart dan wel akoestisch onderzoek, niet hoger is dan de voor wegverkeerslawaai geldende voorkeursgrenswaarden, of een hogere grenswaarde in het kader van de Wet geluidhinder is verleend. In het laatste geval moeten de verblijfsruimten van de woning in overwegende mate aan de geluidluwe zijde worden gesitueerd;
  • de bodem, blijkens bodemonderzoek vooraf, niet zodanig verontreinigd is, dat bezwaren bestaan tegen de realisering van woningen;
  • geen verstoring van de parkeerbalans in de omgeving plaatsvindt;
  • aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast.

2. Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid, de in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht omschreven procedure.

Lid H. †††††† Nadere eisen:

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het bepaalde in:

1.† lid C., ten aanzien van:

  • de situering van bouwwerken;
  • de omvang van de tweede bouwlaag, wanneer de bouwgrens op minder dan 3.00 m uit de zijdelingse erfscheiding is gelegen of het bouwvlak dieper is dan 15.00 m, en dan alleen:
  • ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de herkenbaarheid van de woning als zodanig in het geval op het bouwperceel alleen sprake is van een woning, van de verkeersveiligheid en van het uitzicht en de privacy van derden, of,
  • in verband met eisen van duurzaam bouwen, of,
  • ter voorkoming van een onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld en de cultuurhistorische waarden.